Rekencollectief

mbo

Onderzoek rekenproblemen mbo – oproep richting mbo-instellingen!

Voorjaar 2024 formuleert OCW een onderzoeksvraag op het gebied van ‘rekenproblemen in het mbo’.

April 2024 schrijft het Rekencollectief (ECBO penvoerder, HU, UU) een voorstel, en dit voorstel is toegekend.

Looptijd: april – oktober 2024

De vraag vanuit de opdrachtgever (OCW): meer inzicht te krijgen in de grootte en diversiteit van rekenproblemen in het mbo.

We noemen twee belangrijke elementen uit dit onderzoek (naast natuurlijk een achterliggende literatuur-studie):

  1. Beeld van instroom op basis van ‘intake’ (cijfers opvragen bij mbo-instellingen)
  2. Wat wordt er concreet al gedaan? (interviews met experts binnen de mbo-instellingen)

Oproep

Als een MBO-instelling zich herkent in deze problematiek, en wil bijdragen aan dit onderzoek (beeld van instroom op basis van intake; en eigen beleid door eigen ‘experts’), dan roepen wij op contact op te nemen met annemarie.groot [at] ecbo.nl (Annemarie Groot, ECBO) of v.jonker [at] uu.nl (Vincent Jonker, UU).

OCW wil op basis van examencijfers inzicht krijgen in hoeveel studenten het rekenexamen wel of niet halen. Op basis van onze ervaring met rekenen in het mbo schatten wij in dat studenten met ernstige rekenproblemen of dyscalculie wellicht al voor het examen uitvallen of ervoor kiezen om geen examen te doen, maar voortijdig uit te stromen richting een baan/maatschappij. Dit vertekent de examencijfers. Daarbij komt dat de beschikbare examencijfers alleen een beeld geven van de studenten met rekenproblemen in tweejarige mbo-opleidingen (aangezien het examen pas meetelt vanaf het schooljaar 2022-2023).
Om op korte termijn (in 2024) een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de prevalentie van rekenproblemen in het mbo, gebruiken we de cijfers van de intaketoetsen van nieuwe mbo-studenten. De meeste mbo-scholen bieden nieuwe studenten een intaketoets aan voor (onder andere) rekenen, bijvoorbeeld bij aanmelding, aan het begin van het schooljaar of rond oktober.

Deze intaketoetsen worden o.a. ontwikkeld door Bureau ICE (TOA-toets) en AMN (verschillende varianten). En hoewel er ook vraagtekens te zetten zijn bij deze praktijk van intake-toetsen in het mbo (zonder de moeite te nemen het voortraject uit vmbo of andere onderwijsvormen te leren kennen) is het wel een gegeven in het mbo dat we thans kunnen gebruiken.

We denken daarom dat het voor een volledig beeld van de rekenproblemen in het mbo belangrijk is om ook de beschikbare intakecijfers van mbo-studenten te analyseren. Dit betreft mbo-studenten op de verschillende niveaus.

Er zijn al verschillende oplossingsrichtingen voor rekenproblemen in het mbo, zowel uit de literatuur en onderzoek als in de praktijk. OCW wenst aanbevelingen over de vorm van de lessen, de intensiteit en de manier waarop examens worden afgenomen. Voor dit onderzoek bouwen we voort op de al bestaande kennis en verdiepen we deze middels een literatuurverkenning, expertinterviews, een enquête en een focusgroep met experts en docenten. Hierbij verzamelen we oplossingsrichtingen op onder ander de genoemde thema’s, gericht op zowel beleidsmakers van het ministerie als op mbo-instellingen.

Voor de expertinterviews maken we dankbaar gebruik van het ‘lerend netwerk mbo rekenen’ (onder auspicien van de MBO-raad). In die netwerken hebben verschillende ROC’s al vragen centraal gesteld w.b. de ‘rekenzwakke mbo-er’, en is ook al over meerdere jaren beleid en inzicht ontstaan hoe deze studenten zo goed mogelijk te ondersteunen.

De doelstelling van de opdracht is om meer inzicht te krijgen in de grootte en diversiteit van rekenproblemen in het mbo. Dat kan aan de hand van volgende onderzoeksvragen:

  • In welke vorm en met welke ernst manifesteren rekenproblemen zich in het mbo (bijvoorbeeld dyscalculie, rekenangst, etc.);
  • Hoeveel studenten in het mbo hebben rekenproblemen (uitgesplitst naar vorm en ernst);
  • Hoe groot is de groep studenten in het mbo die ondanks het gebruik van alle mogelijke ondersteuning niet in staat is rekenen met een positief resultaat af te leggen uitgesplitst naar vorm;
  • Hoe wordt dyscalculie vastgesteld en op welke manier wijkt dit af van de manier waarop dyslexie wordt vastgesteld;
  • Welke tools en maatregelen staan instellingen ter beschikking om de verschillende vormen van rekenproblemen bij studenten aan te pakken.
  • Wat zijn mogelijke oplossingsrichtingen voor deze groep, waarbij rekening wordt gehouden met de doorlopende leerlijn (PO – VO – MBO) en mogelijke leerachterstanden die zijn opgebouwd in het funderend onderwijs.
  • M. Buisman. (2014). Rekenniveaus op het mbo – Nederlandse jongeren langs de internationale meetlat (PDF) (pp. 54). ’s-Hertogenbosch: ECBO.
  • S. J. Chinn. (2015). The Routledge international handbook of dyscalculia and mathematical learning difficulties: Routledge/Taylor & Francis Group.
  • A. Dowker, A. Sarkar and C. Y. Looi. (2016). Mathematics Anxiety: What Have We Learned in 60 Years? Frontiers in Psychology, 7(APR) doi:10.3389/fpsyg.2016.00508.
  • L. Kaufmann, M. von Aster, S. M. Göbel, J. Marksteiner and E. Klein. (2020). Developmental Dyscalculia in Adults Lernen Und Lernstörungen, 9(2), 126–137 doi:10.1024/2235-0977/a000294.
  • J. Meijer, M. Buisman, I. Christoffels, A. Groot, V. Jonker, S. Kuijper and M. Wijers. (2018). De rekentoetsen voor leerlingen met ernstige rekenproblemen (ER) (PDF). Amsterdam: Kohnstamm Instituut/ECBO/Universiteit Utrecht.
  • A. Mishra and A. Khan. (2023`). Domain-general and domain-specific cognitive correlates of developmental dyscalculia: a systematic review of the last two decades’ literature Child Neuropsychology, 29(8), 1179–1229 doi:10.1080/09297049.2022.2147914.
  • M. Van Groenestijn, G. Van Dijken and D. Janson. (2012). Protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie (3, MBO) (PDF). Assen: Koninklijke Van Gorcum / NVORWO.